|
PASTORALE BIJDRAGE
PASTORALE BIJDRAGE
Memmetaal en de taal van mijn vader Pinksterzondag mocht ik de lezingen in de kerkdienst verzorgen. De eerste lezing bestond uit de eerste twee verzen van Genesis, in het Fries. Dat laatste heb ik tot nu toe steeds kunnen vermijden. Want al woon ik inmiddels langer in Friesland dan ik ooit in mijn leven elders heb gewoond, Fries spreken is en blijft een lastig ding. Maar goed, het was Pinksteren! Dan moest het toch mogelijk zijn om een keer in het Fries te lezen. Van oorsprong kom ik uit een klein dorp op één van de Zuid-Hollandse eilanden. Mijn vader is daar zijn leven lang dorpskapper geweest. Hij is er geboren, heeft er geleefd en hard gewerkt en is er begraven. Op een enkele korte vakantie na, heeft hij het dorp en omstreken niet verlaten. Hij sprak en schreef ABN, verweven met de spreektaal met van de Zuid-Hollandse eilanden. Mijn leven verliep anders: ik kreeg de kans om te studeren en liet het dorp achter me. Het bracht mij samen met Leo uiteindelijk in Friesland. We volgden een cursus Fries lezen en verstaan met een heus examen op zaterdagmorgen in ‘Zalen Schaaf’. Fries was een vreemde taal. Maar het was leuk om te ontdekken dat het taalgebruik van mijn vader hier en daar in het Fries opdook. Ferinnerwearje (vernielen) leerde ik in het Fries. Dat woord kende ik als verinneweren van mijn vader. In de kerk gebruiken we Friese elementen in de lezingen, liederen en gebeden. Het is de taal die de Friezen na aan het hart ligt. Emotioneler en warmer dan het moderne Nederlands. Zoals de spreektaal van mijn vader. Het is waardevol om die gewoonte te behouden. Het geloof als de taal van het hart, Gods taal. En Genesis leest als poëzie, luister maar: Yn it begjin hat God de himel en de ierde skepen. De ierde wie leech en sûnder foarm. It tsjuster lei oer de ôfgrûn en Gods wyn sweve oer it wetter. Cocky den Hollander | ||
| terug | ||


05-07-2026
om
9.30 uur